The Great Chicago Fire

Verspreiding van de brand

deKoven streetAlle trottoirs van de stad en veel wegen zijn gemaakt van hout. Het samenstellen van dit probleem, Chicago had slechts een inch regen ontvangen tussen 4 juli en 9 oktober, leidde tot een ernstige droogte. Toen brandweerlieden eindelijk aankwamen waren bij DeKoven Street, was het vuur gegroeid en had het zich verspreid naar aangrenzende gebouwen op weg zijn naar de centrale zakenwijk. Brandweerlieden hadden gehoopt dat de zuid-tak van de Chicago Rivier en een gebied dat eerder grondig had gebrand, zou fungeren als een natuurlijke brandgang.

Langs de rivier waren houtwerven, magazijnen, steenkoolwerven gebouwd, maar ook talloze houten bruggen. Het vuur groeide, door de zuidwesten wind en werd oververhit, waardoor structuren om vuur op te vangen verbrandden. Rond 23.30 u, blies de wind brandende brokstukken over de rivier, die belandden op daken van de South Side Gas Works.

Het vuur aan de overkant van de rivier bewoog zich snel naar het hart van de stad en er ontstond veel paniek. Rond deze tijd ging burgemeester Roswell B. Mason om hulp vragen bij de nabijgelegen steden.

Door hetgeen voorafgaat, arriveren de brandweerploegen aan de DeKoven Street, op het moment dat de brand de omliggende panden had bereikt en verder escaleerde in de richting van het handelscentrum. De brandweerlieden hoopten dat de zuidelijke arm van de Chicago River en een stadsdeel dat bij een vorige brand in de as was gelegd, zouden functioneren als een natuurlijke stopplaats voor het vuur.

De rivier was echter omgeven met houthandels, zagerijen, opslagplaatsen van steenkool, pakhuizen, bootjes op het water en tal van houten bruggen over de rivier. Met het groeien van de brandhaard wakkerde de wind uit het Zuid-Westen aan en steeg de temperatuur proportioneel. Losstaande structuren vatten vuur door de hitte van losvliegende gensters. Omstreeks 23.30 u bereikten die gensters de overkant van de rivier en belandden op de daken en op de zuidelijke gasopslagplaats.

Versterking gevraagd

Nu het vuur de overzijde van de rivier had bereikt en in de richting van het centrum verder raasde, begon de paniek echt toe te slaan. Burgemeester Roswell B. Mason stuurde boodschappers naar de naburige steden met de vraag om versterking.

Wanneer het gerechtsgebouw vuur vatte, beval Mason de ontruiming van het gebouw en gaf hij opdracht om de gevangenen, die in de kelders opgesloten zaten, te bevrijden.

een beeld na de grote brandOp 9 oktober 1871 omstreeks 2.20 u stortte de koepel van het gerechtsgebouw in en donderde de grote klok naar beneden. Het geluid was volgens getuigen mijlenver hoorbaar. Nadat het vuur was afgelopen, waren de smeulende resten nog te warm om een overzicht van de schade in te vullen voor vele dagen.

Uiteindelijk, werd in de stad vastgesteld dat de brand een gebied had verwoest ongeveer 4 mijl (6 km) lang en een gemiddelde van 3/4 mijl (1 km) breed, dit omvat een oppervlakte van meer dan 2.000 acres (809 ha).

Watervoorraad opgebrand

De brandweerlieden gaven ondanks de onmogelijke omstandigheden niet op. Even nadat het vuur de rivier was overgestoken, viel een brandend stuk hout op het gebouw waar de watervoorraad van de stad was opgeslagen. In de kortste tijd stond het gebouw in lichterlaaie en werd het vernield. De waterbevoorrading van de stad eindigde hier. Er bleef noch drinkwater, noch bluswater over. Het vuur kon zich nu ongestoord verspreiden, van gebouw tot gebouw.

De regen brengt soelaas

In de late avond op 9 oktober 1871 begon het te regenen. Tegelijkertijd was de brand in de fase van uitdoving gekomen. De brand die de dichtbevolkte regio van het noorden had verwoest, had zijn honger gestild. Een korte tijd na de brand viel een brandend stuk hout op het dak vanhet gebouw van de dienst waterwerken. Binnen enkele minuten, werd het interieur van het gebouw overspoeld door de vlammen en het gebouw werd verwoest. Hierdoor kwamen de waterleidingen van de stad werd droog te staan en was de stad machteloos.

Het vuur brandde ongecontroleerd van gebouw naar gebouw, van blok naar blok. Het vuur had zich verspreid naar de dunbevolkte gebieden van de Noordzijde, na eerst de dichtbevolkte gebieden grondig te hebben geconsumeerd. Deze vuurkolk dreef brandende puin hoog en ver en het puin werd over de belangrijkste tak van de Chicago River geblazen naar een spoorlijn waar zich wagons bevonden met kerosine.

Het vuur was de rivier een tweede keer overgestoken en woedde nu over Noordkant van de stad. Ondanks het snel groeiende vuur dat zich overal verspreidde, bleef de brandweer van de stad de brand bestrijden. Van de 300.00 inwoners, werden 100.000 dakloos. 120 lichamen werden teruggevonden, maar het dodental liep op tot 300.

Verzwarende omstandigheden

Kijk op de enorme verwoesting van de stadOndanks dat we de exacte oorzaak van de brand in Chicago niet kennen, is het gemakkelijk te zien hoe het vuur zich verspreidde zodra het begon. Chicago in 1871 was niet zoals het wolkenkrabbers-en-beton Chicago dat we vandaag kennen. Ongeveer tweederde van de gebouwen in Chicago was destijds van hout. De meeste gebouwen hadden teer of schindeldaken, die alleen dienen om de vlammen te voeden. De wegen en trottoirs waren ook gemaakt van houtproducten.

De ideale omstandigheden waren aanwezig; de droogte die de stad trof, niet lang voordat de brand begon, die zomer kregen ze slechts ongeveer een kwart van hun gemiddelde regenval. En laten we de bijnaam van Chicago niet vergeten: het wordt niet voor niets "The Windy City" genoemd. Destijds geloofde men dat een sterke zuidwestelijke wind hete sintels uit het vuur naar het hart van de stad blies, landde op de licht ontvlambare daken en startte extra vuren.

Een ander groot probleem was dat de mensen niet snel genoeg handelden. De brandweer werd ongeveer veertig minuten nadat de brand was begonnen gewaarschuwd voor het groeiende probleem, nadat een alarm in een apotheek was getrokken. Mensen wisten niet hoe snel het vuur zich zou verspreiden vanwege de slechte omstandigheden.

Het vuur ging uiteindelijk uit toen de wind doofde en een lichte motregen de brandweermannen hielp met hun inspanningen. Slechts drie grote gebouwen in het getroffen gebied overleefden genoeg om te worden gerepareerd: de Chicago Water Tower, St. Michael's Church en het Chicago Avenue Pumping Station.

De laatste twee hadden alleen hun buitenmuren om opnieuw op te bouwen, omdat hun binnenkant werd weggevreten door het vuur. In de nasleep ontving Chicago donaties van geld, voedsel, kleding en andere benodigdheden uit steden in de Verenigde Staten om hen te helpen bij de wederopbouw. Verrassend genoeg bleef een groot deel van Chicago's infrastructuur, zoals massatransport, intact.

Het vuur had bijna 73 mijl weg vernietigd, maar het had de havens niet aangeraakt. Spoorbanen waren ook grotendeels onbeschadigd, waardoor zoveel van de gedoneerde goederen konden worden gestort. Na de brand werd wetgeving aangenomen waarbij gebouwen moesten worden gebouwd van baksteen, steen en andere vuurvaste materialen. Het was niet volledig effectief omdat de meeste van de armere bewoners het materiaal of de geschoolde arbeiders die nodig waren om te herbouwen niet konden betalen. Bovendien negeerden sommige bedrijven gewoon de wetten om geld te besparen.

We zullen verder zien dat het vuur zich razendsnel en onbedwingbaar verspreidde over de stad. Het vuur werd door een aantal ‘omstandigheden’ in die verspreiding bijgestaan.

Hout in Chicago

De verspreiding van het vuur werd onbetwistbaar fors geholpen door het gebruik van hout als voornaamste bouwmateriaal in de stad Chicago. De meeste huizen en gebouwen werden overgoten met licht ontvlambare teer of shingle daken. Alle trottoirs van de stad en veel wegen zijn gemaakt van hout.

De Chicago Tribune rapporteert in zijn editie van 10 oktober 1871 over die fase: “In amper 10 minuten tijd had het vuur de zone tussen Jefferson en Clinton in zijn greep en stuwde het verder naar de Canal Street”.

Dat feit, gecombineerd met een maandenlange droogte voorafgaand aan de brand en een felle wind die brandende gensters naar het centrum van de stad blies, maakte Chicago tot een weerloze prooi van het oprukkende vuur.

De meeste huizen hadden een dak in brandbaar stro of schaliën. Ook afboordingen, scheidingswanden, tuinafscheidingen en zelfs straten bestonden uit hout. Het feit dat Chicago van 4 juli tot 9 oktober geen druppel regen had gezien lag ook aan de basis van tal van andere brandjes in diezelfde periode.

Alarmering loopt mis

de alrmering liep foutDe verantwoordelijke die de uitkijkpost moest bemannen op het gerechtsgebouw van Chicago merkte de brand op maar lokaliseert het vuur verkeerdelijk in de buurt van de Canalport en Halsted en geeft dat ook zo door.

Zodra hij zijn vergissing inzag wou hij zijn boodschap wijzigen maar de telegrafist van de dispatching weigert dat uit angst voor verwarring. Tegelijkertijd maakt een winkeluitbater, die zich in de buurt van de brand bevond, gebruik van de nieuwe alarminstallatie van de stad.

Bij het overhalen van de hendel gebeurt er echter niets. Uiteindelijk zal de brandweer met 7 ploegen omstreeks 10.00 u aankomen bij de brand, die dan al uitgegroeid is van een kleine brand tot een enorme vuurzee.


Vuurtornado's

Chicago werd geconfronteerd met een (zeldzaam) meteorologisch fenomeen: Vuurtornado’s.
Naarmate meer gebouwen door het vuur werden gegrepen, dook dit probleem op waardoor de verspreiding van de brand nog werd versneld. De oververhitte lucht steeg, en kwam in contact met hoger gelegen koude luchtlagen waardoor het vuur begon te ‘tollen’ en een effect creëerde als bij tornado’s.

Daardoor werden gensters en brandende brokstukken hoog in de lucht gedreven. Zij vielen zowat overal neer en ook op een spoorwagon, geladen met brandstof, die op de spoorweg naast de hoofdarm van de Chicago River was opgesteld.
De vlammenzee raasde nu in noordelijke richting.

Naslagwerk

De zomer van 1871 werd gekenmerkt door een veertien weken durende droogte. Het begon allemaal met een verwoestende brand van het "Burlington magazijn" op 30 september. De brandweer werd dagelijks belast, twintig branden in één week, drie op 4 oktober, vier op 5 oktober en vijf op 6 oktober.

Er waren meer dan 73 mijl (117 km) van de wegen vernietigd, 120 mijl (190 km) van de voetpaden, 2.000 lantaarnpalen, 17.500 gebouwen en $ 222.000.000 in vastgoed ongeveer een derde van de waardering van de stad dit betekent meer dan $ 4 miljard dollar in 2016.